woensdag 7 maart 2012

Het begin van schrijven

Op zolder was het altijd net iets te koud. 
De dakkapel was slecht geisoleerd en centrale verwarming ontbrak. Maar papa en mama sliepen er, en wij kwamen er zoeken naar verboden dingen die we vrijwel nooit vonden. Ik kwam er vooral voor Het Paard, dat donker en grimmig boven het bed van mijn ouders hing. Het stond zo hoog en ver op zijn dunne poten dat ik er medelijden mee zou krijgen als ik er niet zo bang voor was. Op zijn rug zat een mannetje, ver achterover gebogen alsof het geen ruggengraat bezat. De plaat waarop ze samen stonden afgebeeld was anderhalf bij een meter groot en ik vroeg me altijd af hoe mijn vader en moeder konden slapen met zoiets duisters als Dat Paard boven hun hoofd. Of ze niet net als ik zwetend gingen dromen van brons hoefgekletter en wanhopig gehinnik. 

Dat ik het niet vroeg, kwam omdat ik wel begreep dat het Kunst was. Kunst was in ons gezin geen onderwerp van gesprek. Hooguit een onderwerp in papa’s hoofd. Hij schilderde en boetseerde en wist alles van Vincent van Gogh en een beetje over Paul Klee. Hij was overdreven bescheiden over wat hij maakte, en geen van de drie kinderen zou ooit de dag vergeten dat hij met een schilderij op een expositie hing, en hoe we er dwalend door de vele zalen urenlang naar gezocht hadden. Mijn broertje vond het uiteindelijk achter een enorme potplant. Mijn vader verborg zijn teleurstelling achter mijn moeders lach en sindsdien werd er definitief gezwegen over kunst. We hadden er de woorden niet voor, en hij kon of wilde ze ons niet lenen.

Jaren later vond ik Het Paard terug. Het steigert, jaar in jaar uit, in het Kröller Müller en biedt moedig weerstand aan hetgeen  op zijn weg komt. Ik was onder de indruk, ik zag niet langer de duisternis maar juist de kracht en trots in het bronzen beeld. Later vroeg ik mijn vader wat er gebeurd was met de foto die ik vroeger zo stellig ‘schilderij’ had genoemd. Hij trok zijn wenkbrauwen op en zei dat hij het aan iemand had weggegeven, en ik wist waar ik die nacht van zou gaan dromen. Ik kon nauwelijks wachten.

Ik vertel mijn vader over mijn hereniging met Het Paard en hij lacht, blij verrast. Tegenwoordig geniet hij ervan als ik zijn wereld betreed. De wereld die hij altijd klein heeft gehouden omdat hij zich er alleen waande. Ik vertel hem niet langer dat ik zijn werk mooi vind. Ik vertel hem dat ik blij ben dat ik op hem ben gaan lijken. Maar ook dat ik soms bang ben om zijn catastrofale angsten met me mee te gaan dragen. Ik vertel hem niet dat het daar al te laat voor is.
 
Mijn vader werd geboren in een gezin in Arnhem, als jongste van drie jongens. Het Arnhem van de tweede wereldoorlog. Zijn vader mijn opa werd tot drie keer toe opgeroepen om te werk gesteld te worden in Duitsland, steeds weer liep hij terug naar huis. Ze verscholen zich met het gezin in een huis in de bossen, en daar was het waar zijn moeder mijn oma hem een groot deel van de negen maanden in haar buik droeg. De spanning die ze gevoeld moet hebben is rechtstreeks naar mijn vader overgedruppeld: het was geen reguliere stress, het was de angst van een manisch depressieve vrouw. Ze zou later nog meerdere malen opgenomen worden, ze kreeg electro-shock therapie.Lange tijd wisten ze haar vast te houden, tot ze de kans greep en zichzelf verdronk. In bad. Ze was 61.
 
Mijn vader wilde tekenen, wilde maken, maar mocht van zijn ouders onder geen beding naar de kunstacademie. Hij was een kind van zijn tijd en werd docent, uiteindelijk van dove leerlingen. Nu zijn oerkreet toch niet gehoord kon worden, probeerde hij in gebarentaal vorm te geven aan wat hij wilde zeggen.

Hij laat me een recent werk zien, en ik voel hoe ik de eerste ben die het ziet, de veelheid aan complimenten van mijn moeder ten spijt. We praten over een toneelstuk dat we samen zagen en ik herken nu zijn haperingen, de moeite die het hem kost uit het klein universum van de huwelijkse taal te stappen. Hij praat steeds meer, hij zegt steeds meer en ik ben bang. Bang dat ik hem te laat heb leren kennen. Dat hij me misschien had kunnen helpen, op mijn tocht.

Want ik heb lang gezocht en blijf ook steeds maar zoeken. Naar een luikje, voor de damp die afslaat van de woorden die binnen in me laaien. Steeds opnieuw sloeg ik zijwegen in die doodliepen zodra het vuur te weinig zuurstof kreeg. Tegen een leraar van de School voor Journalistiek bralde ik dat dit geneuzel daar toch zeker geen schrijven mocht heten, en aan de lerares Russisch meldde ik bloedserieus dat ik Russisch toneel wilde gaan vertalen naar het Nederlands. Het waarom moest ik haar schuldig blijven, maar wat moest ik anders doen met die taal dan haar veranderen in de mijne? Bij een auditie voor de toneelschool bekeken de docenten meewarig mijn acteerdriften, maar hielden niet op mijn toelatingsbrief van zeven kantjes te roemen.
Maar de nekslag die mij redding bood kwam van de directeur van de kunstopleiding die mij telefonisch aanraadde in geval van twijfel toch liever niet voor de hele opleiding te kiezen. Ik wist wat mij te doen stond en deed nog dezelfde dag mijn toelatingsformulieren op de bus. 

En nu, nu zit er een redactrice van een uitgeverij met haar vingers te tappen op haar bureau. Ze wacht op me, zegt ze. Ik wil mijn vader bellen. Om te vragen hoe je faalangst verbeeldt. 

 


 

 
 
 
 

maandag 5 maart 2012

Onomstotelijk

Ze was de beste in haar soort, dat bleek ook uit de statistieken.
De vellen met de resultaten, die hingen aan
het prikbord, niet met punaises want die waren op en
het plakband had zijn beste tijd gehad.
Ieder moment konden ze het pand verlaten, over straat gaan waaien en een thuis vinden om een boom, tegen het lijf van een voorbijganger of in een richel van een pand dat zelf de x-as was van voortschrijdend onderzoek.

Het onderbouwen was er enigszins bij ingeschoten,
moest ze toegeven, om cijfers had niemand ooit gevraagd.

vrijdag 2 maart 2012

De tel

Grote stappen geven lucht aan snood gemaakte plannen.
Sinds zij in dat soort zinnen was gaan praten, was hij vaker de hond uit gaan laten. Hij liep steeds wat verder, tot een dorpsgrens hem vertelde dat hij harder mocht dan vijftig - hij wilde wel maar was ook al tachtig.
De snelheid lag achter hem, het leven had hem ingehaald.
Zestig jaar echtgenoot, vijf en zestig jaar bankwerker, zeven en vijftig jaar vader, de ene hond kwam voor de andere in de plaats.

Als hij terugkwam zat ze rechtop in bed, een notitieboek op het nachtkastje, de pen naast het glas met het gebit.
"Lieverd."
"Wat."
"Ik heb er weer een, denk ik."

Het boek groeide tot een plank met boekjes. De pennen lagen afgekloven in hoeken van het huis. De hond had nu en dan inkt aan zijn tong. Dat beest werd een dagje ouder en bleef het liefst op het woonerf maar hij,

hij wandelde wel.  

dinsdag 28 februari 2012

De stem

Is ze realistisch, of is ze bang. Ze trekt de gordijnen nog wat harder aan. De rails buigen mee, ze denkt zich in hoe ze aan de gordijnen hangend reizen kan en rukt een stukje verder.
Met de zware stof om zich heen, het voelt warm, het voelt veilig, waadt ze door het huis. Is dit haar huis. Hoe lang is dit nog haar huis.
Buiten klinkt een stem in de sneeuw, het zou haar eigen stem kunnen zijn. Dezelfde toonhoogte, zo klinkt zij vast in de nacht als het sneeuwt. Ze zit in een hoek nu, de radiator in haar rug is lauw, de thermostaat moet van de krant en het journaal op 13 geschakeld, dat scheelt geld.
Is dat haar geld.

Buiten groeit het geluid. Haar stem-in-de-sneeuw gilt van liefde en wraak en verlangen, gedempt, ze verstaat het feilloos. Een hand langs haar lichaam, cirkelend, zoekend. Altijd koud.

donderdag 23 februari 2012

Landschapsdroom

We rijden door een landschap dat eruit ziet als een gehaakt kleed, elk moment kan een vos oversteken, omdat dat zo hoort bij een landschap dat eruit ziet als een gehaakt kleed. De vos komt niet, zal later verschijnen maar het is te laat, hij ligt bloedend in een haarspeldbocht maar wij, wij zijn tevreden.

Om de paar meter kijk ik naar links, zie daar een man in zijn nopjes, hij neuriet, al zegt dat niets want deze man, hij neuriet elke meter van zijn leven door. Het is een manier om de gedachten uit zijn oren te duwen, dat snap ik ook wel, maar dat zal ik nooit zeggen want dat is als iemand wijzen op een tik

een tik die het ritme van het bestaan bevestigt.

dinsdag 21 februari 2012

Volwassen

Als ik tot je spreek, dan is dat omdat ik niet tegen stilte kan. Niet voor niets hing ik microchips door het hele huis. Mijn stem en al het andere geluid, het moet opgenomen en bewaard tot het moment dat iemand er om zal vragen.
Dat iemand er om gaat vragen, nee smeken, dat lijkt me onvermijdelijk. In the end, dan toch.
Want een kind krijgen is zinloos, egoistisch en volstrekt onnodig. We wisten het, we deden het toch, en nu willen we dat het naar ons luistert.

(Soms besluit je iets te besluiten en dan begint meteen het terugkijken, op wat een ontzettend goede beslissing. En vergeet je dat het besluit nog moest komen.)

maandag 20 februari 2012

Marktplaats # 01

Het dartbord woonde in Osdorp, bij twee oude mensen waarvan eentje nog maar met een been. Ze redden zich best, tot een tijdje geleden, zo vertelde hij, tot zijn vrouw brak.
Nee, een enkel ja, van dat ene been, waardoor ze opgenomen moest worden in een huis vol 'oude besjes'. Hij wist niet beter dan het zootje te vermaken, daar, hij had flink de clown uitgehangen. Ze vertelden het haar met een grijns, vielen elkaar van enthousiasme in de rede - en toen wilden ze het weten: wat zij met het dartbord zou gaan doen, dat blonde meisje met die eindeloze benen, wat was haar plan?

En zij tekende in de lucht de contouren van het huis waar het bord terecht zou komen. Houten vloeren, houten wanden, minimaal vijf meter van de grond. En daar, daar werd het bord een tafel, om op te kaarten, ze zou het inzinken in een houten plaat, zodat het er nog uitgehaald zou kunnen worden als de eigenaar van het huis zin had toch een pijltje te werpen. Bij lenteweer en open vensters zou het pijltje nu en dan naar buiten zeilen, dat was het risico, het risico van de romantiek van een boomhut.

De Osdorpenaren keken haar na en schreven in een schriftje op wat ze verteld had. Gewoon, om het opschrijven, gewoon, omdat Marktplaats hun venster op de wereld was geworden.
Met dank aan De Grote Avonturier Imre Kleinlugtenbelt